|
Momoloog Didier Martel
Monoloog Martel: 'Ik wil nog een halfjaar vlammen bij Vitesse, om met opgeheven hoofd weg te kunnen' Didier Martel (31) benutte de winterstop om hard aan zijn conditie te werken en na te denken over zijn conflict met Mike Snoei. De Vitesse-trainer zette de Fransman terug naar het tweede elftal toen hun verschillende inzichten over diens basisplaats in het eerste onoverbrugbaar bleken. Begin dit jaar zette Martel zijn trots echter opzij. 'De periode waarin ik bij Vitesse naar het tweede werd verwezen was natuurlijk niet leuk. Ik voelde me gesteund door mijn medespelers en heb erg veel gehad aan mijn vrienden. En dan bedoel ik de weinige echte, hechte vriendschappen die ik hier onderhoud. Uit mijn Franse periode heb ik twee goede vrienden overgehouden: mijn vroegere ploeggenoten Eric Cantona - bij hem ben ik afgelopen zomer nog op vakantie geweest in Saint-Tropez - en Marco Simone. Mijn beste vrienden hier in Nederland zijn er eigenlijk ook maar twee. Latif Feriani is een Tunesiër die in Utrecht een café heeft. Ik ontmoette hem in het stadion vlak nadat ik bij FC Utrecht was gaan spelen. Zonder die man had ik het hier niet gered. In het begin zat ik nog in een hotel, maar daarna regelde de club een appartement en was ik in alles op mezelf aangewezen. Latif kookte elke dag voor me en hielp me met van alles. En ik heb natuurlijk ook enorm veel te danken aan Tom Sanders, mijn manager, die ik ook als een echte kameraad beschouw omdat hij er altijd is als ik hem nodig heb. Zij drukten me de afgelopen maanden op het hart positief te blijven en niet zo impulsief te reageren. Moeilijk genoeg als je uit de groep wordt gezet. Na mijn familie en mijn zoon is voetbal toch mijn enige leven. Ik heb de sfeer in het stadion nog veel te hard nodig. Ik ben nu 31 en hoop nog zeker drie, vier jaar te spelen. Latif en Tom bleven erop aandringen dat ik mijn trots opzij moest zetten. Trainer Mike Snoei vond dat ik té trots ben geweest. Zou kunnen. Feit is in ieder geval dat we beiden sterke karakters hebben. Dan ligt het sneller voor de hand dat je botst. Toen het eerste elftal zich voorbereidde op de uitwedstrijd tegen Liverpool, heeft manager voetbalzaken Jan Streuer mij gevraagd me weer bij de groep te melden. Dat leek mij toen nog beter van niet. Natuurlijk, als Streuer het me had opgedragen, dan had ik het als werknemer van Vitesse gedaan. Die wedstrijd was voor mij een mooie kans geweest om in Engeland te laten zien wat ik kan. Maar ik was er inderdaad té trots voor. Toen ik daar zelf ook van overtuigd raakte, ben ik naar de clubleiding gegaan en heb met Streuer, Snoei en assistent-trainer Theo Bos een zeer positief gesprek gevoerd. De club zit in een heel slechte periode en we waren het er vrij snel over eens dat het clubbelang boven dat van ons individuen uitstijgt. De problemen die we zelf ergens mee hebben moeten er in ieder geval voor wijken. Oké, Snoei en ik zijn gedurende twee maanden boos op elkaar geweest, maar we hebben dat nu als volwassen en verantwoordelijke kerels uit de weg geruimd. Ik heb fouten gemaakt en hij met mij ook. Mijn grote fout is geweest dat ik niet fit was en als ik desondanks een invalbeurt kreeg, dat ik dan niet heb laten zien wat ik móést laten zien. Hoe de trainer daarover met mij is omgegaan was niet mijn manier. Sinds ons gesprek weet ik echter dat het op een misverstand berust. Ook mijn communicatie was niet optimaal. Jullie Nederlanders zouden mij een binnenvetter noemen. Je houdt je frustraties voor je, maar op het verkeerde moment komen ze er dan vaak op een veel te heftige manier wél uit. Voor mij is het in elk geval erg belangrijk dat als ik Vitesse verlaat, dat niet op een vervelende manier gebeurt. Ik wil niet opgeheven hoofd kunnen vertrekken, zoals eerder bij FC Utrecht. Ik ging naar Vitesse, en daar was echt niet iedereen blij mee, maar het was wel na een goed seizoen. Geld is belangrijk, maar hoe de mensen over mij denken is dat misschien nog wel meer. Weggaan als tweede-elftalspeler na een slechte eerste seizoenshelft past niet bij Didier Martel. Mijn contract loopt nog tot medio 2004, maar voorlopig hoop ik erop dat ik tot komende zomer kan vlammen voor Vitesse. Niet dat ik zonodig weg wil, integendeel, maar je kunt de slechte financiële situatie in Arnhem niet ontkennen. Ik ga ervan uit dat zodra er zich een club meldt voor welke speler dan ook, hij dan weg mag voor een goede prijs. Mijn manager heeft uitstekende contacten en er is interesse voor mij vanuit Engeland, Griekenland, Turkije en Spanje. Het is dat Tenerife nu óók krap bij kas zit, anders had ik daar misschien al gespeeld. We hebben steeds gewacht op mijn gesprek met de leiding van Vitesse. Had dat negatief uitpakt, dan hadden we de processen in gang zet en ze concreet gemaakt. Zoals elk jaar was ik ook nu bij mijn familie met de kerst. We komen dan altijd bij elkaar in de buurt van Parijs. Ik ben de op een na jongste van zes broers en de helft van mijn familie woont nog in de omgeving van Fréjus, waar ik geboren ben. Dat is weliswaar aan de Cóte d'Azur, maar ik ben opgegroeid in een getto. De meeste plaatsen daar hebben een extravagant rijke voorkant, maar in de wijken daarachter knokken de mensen voor hun bestaan. Nadat mijn vader ons gezin het voor wat het was, stond mijn moeder er alleen voor. Nu ik zelf Didier Martel junior heb, mijn zoontje van anderhalf jaar, kan ik me al helemáál niet meer voorstellen dat je het bestaan van je kinderen simpelweg kunt vergeten. Ik heb mijn vader toen ik 21 was nog eens gesproken. Hij was bij een wedstrijd komen kijken en we hadden daarna afgesproken in een restaurant. Ik heb gezegd wat ik tegen hem te zeggen had en dat was dat. Alleen doordat mijn moeder een enorme onderlinge saamhorigheid wist te kweken binnen het gezin ben ik ontkomen aan de criminaliteit, die veel kinderen als vanzelfsprekend in zijn greep kreeg. Dat was de easy way, maar ik had ook het geluk dat ik vanaf mijn vierde jaar al wist dat ik voetballer wilde worden. Ze zeggen dat je het nog in mijn huidige spel terugziet dat ik een typisch straatvoetballertje was. Ik speelde met en tegen Arabieren, Fransen en Afrikanen. Het was niet alleen voetballen, maar ook vechten. Als je op straat leeft, dan leer je snel genoeg hard te zijn en voor jezelf op te komen. Terugkijkend heeft dat misschien wel een rol gespeeld in het conflict met Snoei. Er stond in Fréjus steeds een man te kijken als we voetbalden. Het bleek dat dat voor mij was. Hij sprak met mijn moeder en mijn oudste broer en ik kon naar Saint-Raphaël, een amateurclub in de buurt. Helden had ik niet als jongetje, maar ik was wel een grote fan van Johnny Rep. Die speelde in die tijd bij Saint-Etienne en dat was voor ons een bijna mythische club. Wat ik echter nog het meest probeerde na te doen, was datgene wat ik op televisie had gezien van johan Cruijff. Voor mij de ultieme klasse. De stap van de straat naar de vereniging bleek niet zo groot. Al gauw kwam ik in een regionale jeugdselectie, waarin ik opviel toen we een keer een toernooi speelden vlak bij Bordeaux. Ik kreeg daar bij Girondins als dertienjarige een contractje, maar we spraken af dat de club zou voorzien in mijn dagelijks onderhoud en dat de rest van het geld maandelijks naar mijn moeder zou gaan voor het gezin. Dat is eigenlijk altijd zo gebleven, want ook sinds ik goede profcontracten heb is een deel daarvan voor haar. Ze hoeft nu niet meer te werken. Dat heeft ze al genoeg gedaan voor ons. Op mijn vijftiende kwam ineens Auxerre naar me informeren. Ik had natuurlijk wel gehoord dat die club de beste jeugdopleiding had van het land, dus ik wist het wel. Maar formeel moest trainer Guy Roux toestemming vragen aan mijn moeder en mijn broer. Gelukkig kwam die er ook, ik ben er tot mijn achttiende opgeleid. Toen werd ik verkocht aan Olympique Nimes, waar ik samenspeelde met grote voetballers zoals Eric Cantona en Laurent Blanc. Het ging erg goed en er kwamen grotere clubs. In de laatste wedstrijd van het seizoen brak ik een enkel, waardoor ik een jaar uit de roulatie was. Daarna bleek ik min of meer te zijn vergeten en moest ik opnieuw beginnen bij Cháteauroux in de tweede divisie. Toen we na drie jaar promoveerden kwam alsnog die grote club: Paris Saint-Germain. Ik was gehaald als nummer 10, maar daar speelde de Braziliaan Rai al. Die was aanvoerder en uiteraard onomstreden. De spitsen waren Marco Simone en Jay-jay Okocha. Zij waren de bestbetaalde voetballers in heel Frankrijk en moesten dus óók altijd spelen. Ik zat vooral op de bank en nam uiteindelijk de beslissing weg te gaan. Er waren verschillende aanbiedingen, maar plotseling belde mijn manager op met een club uit Nederland. Ik zei: Quoi? La Hollande? Maar ik besloot dat in ieder geval even gaan kijken bij FC Utrecht niet zou schaden, ook als het niet zou baten. Ik was direct verkocht! De club, trainer Mark Wotte, de mensen in Nederland; ik vond het heerlijk. Die anderhalf jaar in Utrecht zal ik vooral door de supporters ook nooit meer vergeten, ik speelde er als linksbuiten misschien wel mijn beste voetbal ooit. En dat terwijl de positie achter twee spitsen nog steeds mijn favoriete is, ik voel me in die rol het lekkerst. Ik ben ook pas een buitenspeler geworden sinds ik in Nederland voetbal. Maar waar ik sta in de aanval maakt me niet echt meer uit. Als ik maar speel. De situatie is nu zo dat ik het liefst in Nederland blijf. Natuurlijk ben ik een Fransman en houd ik van mijn land. Maar jullie zijn meer open en veel vriendelijker in de omgang. Toen ik hier net kwam sprak ik zelfs geen Engels, maar iedereen luisterde altijd geduldig naar me en toonde zich hulpvaardig. In Frankrijk zullen ze niet snel stoppen op straat als je iemand wat wilt vragen en geen Frans spreekt. Er is geen ander land in de wereld waar de mensen dat wél doen. Nu moeten we niet meer terugkijken, maar alleen nog vooruit. We moeten oppassen dat we met Vitesse niet in de degradatiezone terechtkomen en dat is al erg genoeg. Ik weet niet of we nog in aanmerking kunnen komen voor een van de Europese plaatsen op de ranglijst, maar we zijn het wel aan ons publiek verplicht daar alles aan te doen. Ik heb tijdens de vakantie hard aan mijn conditie gewerkt en ben ook niet meer iets te zwaar, zoals aan het begin van dit seizoen. Ik ben erg blij dat ik uiteindelijk de stap heb gezet om het uit te praten met Snoei. Daarom ook was dit de laatste keer dat ik over die afgelopen periode wilde spreken.' Bron: VI 15-1-2003
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| De Officiële Supportersvereniging | Vitesse |
| De.Officiële.Vitessesupporters.site | www.vitesse.org |